Hieronder volgen enkele passages uit eerdere mailings:
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------
"Naar aanleiding van het
vonnis in de kort geding procedure heeft de Minister van
VWS de manier waarop de verschuligde bijdragen worden
berekend aangepast, door de zogenaamde woonlandfactor in
te voeren. De huidige manier waarop de woonlandfactor
wordt berekend strookt echter niet met het vonnis van 31
maart jl. De nieuwe Ministeriële Regeling gaat uit van
de gemiddelde kosten van alle ingezetenen, terwijl de
Minister had moeten ingaan van de gemiddelde kosten van
verstrekkingen aan 65+-ers. Dat zijn de kosten op basis
waarvan de onderlinge verrekening tussen lidstaten
plaatsvindt. Door de gemiddelde kosten van de gehele
bevolking te nemen, komt de Miniser in alle gevallen tot
een aanzienlijk ongunstiger woonlandfactor, met name
omdat in Nederland met name 65+-ers in aanmerking komen
voor AWBZ-verstrekkingen. Het verschil tussen de
gemiddelde kosten van de totale bevolking en de
gemiddelde kosten van 65+-ers zijn is de Nederland veel
groter dan in alle andere lidstaten. De keuze van de
verkeerde woonlandfactor verklaart ook waarom in sommige
landen gepensioneerden zelfs méér moeten gaan betalen
dan in het verleden. Wanneer de Minister de juiste
woonlandfactor toepast, betalen alle gepensioneerden een
aanzienlijk lagere bijdrage dan thans het geval is. Waar nodig zullen door de
advocaat van de Stichting de noodzakelijke procedures
worden opgestart teneinde het vonnis op correcte wijze
ten uitvoer te laten leggen."
------------------------------------------------------------------------------------------------------------
* Waarom is er een
bodemprocedure nodig nu de rechter in kort geding al
uitspraak heeft gedaan?
* En wat is een bodemprocedure?
De President van de
rechtbank Den Haag heeft naar aanleiding van de kort
geding procedure een zogenaamde voorlopige voorziening
getroffen. Nu de voorzieningenrechter in relatief
korte tijd / kort geding zijn oordeel heeft moeten vormen
en vellen, is dat oordeel slechts voorlopig. Wil
definitief op de zaak worden beslist dan zal een andere
rechter dat in een procedure moeten doen die diep(er) op
de zaak ingaat en daarom meer tijd in beslag zal nemen.
In een bodemprocedure kan een dergelijk onderzoek
plaatsvinden en kan de rechter tot een definitief oordeel
komen. Tot die tijd geldt het voorlopig oordeel van de
voorzieningenrechter van 31 maart jl.
* Heeft het
consequentie dat de minister in beroep is gegaan tegen de
uitspraak van het kort geding? M.a.w. is het effect van
de uitslag daardoor opgeschort?
Dat de minister in hoger
beroep is gegaan tegen het oordeel van de
voorzieningenrechter, heeft geen opschortende werking.
Het AWBZ-bijdragedeel zal dus conform de uitspraak van de
voorzieningenrechter dienen te worden verminderd. Vandaar
ook dat de regeling zorgverzekering is gewijzigd met de
introductie van de woonlandfactor (zie daarover ook
hieronder). In het hoger beroep kan de uitspraak van de
voorzieningenrechter worden vernietigd. Mocht dat
onverhoopt gebeuren, dan geldt vanaf dan de voorziening
niet meer.
* Wanneer kan de
afloop bekend zijn ?
Een bodemprocedure en
eventueel hoger beroep kunnen geruime tijd lopen.
Het is niet mogelijk aan te geven wanneer de afloop
bekend zal zijn.
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Wat zei
de President van de Rechtbank den Haag ? Onmiskenbaar
onrechtmatig handelen.(maar wij zitten ermee)
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Uit het rapport van de Ned. Ombudsman naar de gevolgen van de invoering van de Ned. Zorgwet voor gepensioneerde Nederlanders in het buitenland.
Het valt de Nationale Ombudsman ten slotte ook op dat noch de minister van VWS
noch het CVZ lessen hebben geleerd om de relatie met de burger te verbeteren. De Nationale
ombudsman constateert dat de minister zich onvoldoende bewust is van het feit dat grootschalige
stelselwijzigingen grote impact hebben op het leven van grote groepen burgers en dat problemen
bij de uitvoering schade toebrengen aan de samenleving. De Nationale ombudsman bespeurt bij
de uitvoeringsproblemen als gevolg van de invoering van de Zorgverzekeringswet een zeker
cynisme van de overheid ten aanzien van zijn burgers. De uitvoeringsproblemen hebben niet
alleen de zekerheid van burgers over hun verzekering tegen ziektekosten aangetast, maar ook
hun vertrouwen in de overheid geschaad.
Dat is precies wat ons ook verontrust.
|