Iedereen in België met een Nederlands wettelijkpensioen ( AOW e.d.) profiteert van de resultaten van de Stichting SBNGB. De zaak van de woonlandfactor: . De Centrale Raad van Beroep heeft uitspraak gedaan in onze proefprocedures met betrekking tot de woonlandfactor. Helaas is de CRvB van oordeel dat de woonlandfactor niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en evenmin met het verbod van willekeur. De Raad oordeelt dat er geen sprake is van overduidelijke onevenredigheid tussen de bijdragen die worden ingehouden en de kosten die door Nederland worden gemaakt. Prejuditieële vragen bij het Hof van J. in Luxemburg kunnen over dit onderwerp niet worden gesteld daar deze zaak niets met een toetsing aan het Europees recht van doen heeft. Nederland mag volgens de Europese Verordening bijdragen voor de zorg in het woonland vragen. Financieële bijdragen door donateurs zullen voor deze zaak dus niet meer nodig zijn. De zaak van het keuzerecht: De rechter bij het Europees hof van Justitie heeft ons in het ongelijk gesteld. Nederland mag een bijdrage inhouden op het pensioen, maar er mag geen discriminatie plaats vinden ten opzichte van de inwoners van Nederland. Hij laat de mogelijkheid open dat de invoering van de Zorgverzekeringswet een ongerechtvaardigde inbreuk op het vrije verkeer van burgers van de Unie vormt. Als komt vast te staan dat van een ongerechtvaardigde inbreuk op het vrije verkeer sprake is, is de invoering van de Zvw onrechtmatig. De Staat is dan uit hoofde van onrechtmatige wetgeving aansprakelijk voor als gevolg van de invoering van die wetgeving geleden schade. Het Hof van Justitie stelt dat een Nederlandse rechter moet oordelen over: Zoals u weet zal er per 1/6/2011 een korting op de AOW voor expats gelden. Een korting van ongeveer van € 400,- per jaar. In België zijn de donaties welkom op
banknummer 521 - 00 20 211 - 55 t.n.v. J.C.
Ramaer te Hoeilaart, Belgie.
In het jaar 2007 werd 76.913
besteed aan gerechtelijke procedures en juridische
adviezen. Hiervan had circa 20.000 betrekking op
de procedures bij de Raad van State. De totale kosten
voor de procedures bij de Raad van State kwamen daarmede
op een bedrag van circa 110.000. Een aanzienlijk
deel van de door onze raadsheren in deze zaak verrichte
werkzaamheden kon worden aangewend voor de latere
procesvoering bij de bestuursrechter.
Het resterende bedrag van circa 57.000 in 2007 had betrekking op de procedures bij
de Rechtbank in Amsterdam.
De totale kosten van de Stichting in
2007 ten bedrage van 77.320 werden geheel door de
participanten, conform de daarover afgesproken
verdeelsleutel, gefinancierd.
Het batig/nadelig saldo voor de Stichting bedraagt derhalve 0. De stand per 31/12/2010 ziet u hier. |