22 januari 2007


BERICHT AAN COMMISSIE VWS
Geachte Commissieleden,

Op 27 december 2006 publiceerde het Ministerie VWS de mededeling dat vanaf 2007 de woonlandfactoren ook zouden worden toegepast op de zorgtoeslag. Daarbij werd echter niet aangegeven wat die wijziging exact inhield. Op vragen van journalisten heb ik geantwoord dat het volstrekt logisch was dat dit gebeurde. (Zie artikel in de Telegraaf donderdag 28 december 2006.)

Inmiddels is het wijzigingsvoorstel gepubliceerd. Daaruit blijkt dat de woonlandfactoren niet worden toegepast op de zorgtoeslag, zoals die tot dusver werd berekend, maar op een gewijzigd onderdeel van de berekening, namelijk de standaard premie. Dit leidt tot aanzienlijk lagere zorgtoeslagen. Bovendien worden er drempels ingevoerd gebaseerd op de woonlandfactoren, waarbij in het geheel geen zorgtoeslag meer wordt toegekend als de woonlandfactor volgens het wetsontwerp 30918 lager dan 0,40 is. De Dienst Toeslagen heeft echter geconstateerd dat die drempels als volgt zijn: 0,40 voor toeslagparen en zelfs 0,60 voor alleenstaanden.

Deze toepassing vinden wij echter volstrekt onlogisch. Het treft vooral de lage inkomensgroepen.

Kennelijk is dit gebaseerd op de gedachte dat men in landen met een lage woonlandfactor weinig kosten heeft. Het tegendeel is waar. De lage woonlandfactor is een indicatie van de staat van de medische zorgverlening. Het is niet toevallig dat juist in de zuidelijke landen de woonlandfactor laag is. In een eerder bericht aan u van 2 september 2006 hebben wij u geschilderd hoe de situatie in Spanje is. Dat betekent dat een ieder, waar mogelijk, een particuliere verzekering afsluit ook al wordt gebruik gemaakt van de woonland voorzieningen. Dit komt niet tot uiting in de woonlandfactor.

Bovendien zijn in Spanje voor de gepensioneerde Nederlanders geen Staatsvoorzieningen aanwezig, zoals die in Nederland in de AWBZ aanwezig zijn. Heeft men die nodig dan moet daar zelf voor worden betaald. Ook dit komt niet tot uiting in de woonlandfactor.

In Spanje, evenals in een groot aantal andere Europese landen, wordt de gezondheidszorg volledig gefinancierd uit de belastingopbrengsten. Er wordt daarvoor geen afzonderlijke premie geheven. De gepensioneerde Nederlander in Spanje betaalt dus al voor de woonland voorzieningen. Door de bijdrage aan Nederland betaalt hij dus dubbel. Dit komt eveneens niet tot uiting in de woonlandfactor. Die belastingen zijn, zeker voor de lage inkomensgroepen met een leeftijd van boven de 65 jaar, hoger dan die in Nederland, zoals uit onderstaande vergelijking mag blijken.

Nederland Spanje

t/m € 17.319 15,75% tot € 17.360 24%
€ 17.320 t/m € 31.122 23,50% € 17.360 tot € 32.360 28%

Voor Nederland betreft dit voornamelijk heffingen ten behoeve van de sociale verzekeringen. In Spanje wordt dit onderscheid niet gemaakt en spreekt men van belastingen.

Zoals wij u eerder berichtten, in ons bericht van 2 september 2006, wordt de gepensioneerde Nederlander bij zijn vertrek uit Nederland zijn risicosolidariteitsbijdrage ontnomen. In Nederland betaalt iemand van 65 jaar of ouder slechts de helft van zijn werkelijke kosten.

Bij de berekening van de woonlandfactoren hanteert Nederland voor die groep een kostenplaatsje van € 8.600 per jaar in het jaar 2003. Inmiddels is dat bedrag opgelopen tot minimaal € 11.000, zoals uit de officieel gepubliceerde cijfers is af te leiden. Dat betekent dat de solidariteitsbijdrage kan worden becijferd op meer dan € 5.000 per jaar. De geëmigreerde gepensioneerde Nederlander komt niet in aanmerking voor deze solidariteitsbijdrage en betaalt het volle pond voor zijn voorzieningen en zoals reeds eerder beargumenteerd, soms dubbel of driedubbel, hoewel hij tijdens zijn werkzame leven wel heeft bijgedragen aan de risicosolidariteit.

Een redelijke benadering van de te betalen kosten, inclusief de zorgtoeslag, door een alleenstaande met alleen een AOW uitkering en een echtpaar met alleen een AOW uitkering geeft het volgende beeld:

Nederland Spanje
Alleenstaande (inkomen € 12.292)

Nominaal deel Zvw € 1059
6,5 % over de AOW uitkering 799
AWBZ deel 11
---------
Totaal te betalen Zvw € 1869 x 0,3557 = € 665
Particuliere verzekering 0 1000
Thuiszorg etc, gemiddeld 0 2500
Belastingen, premies etc 4 622
--------- --------
Totaal kosten gezondheidszorg en belastingen € 1873 € 4787
Zorgtoeslag 432 0
--------- --------
Saldo kosten na aftrek zorgtoeslag € 1441 € 4787

Echtpaar, alleen AOW uitkering ( €16.952)

Nominaal deel Zvw € 2118
6,5% over de AOW uitkering 1102
AWBZ deel 0
--------
Totaal te betalen Zvw € 3220 x 0,3557 = € 1145
Particuliere verzekering 0 2000
Thuiszorg etc, gemiddeld 0 2500
Belastingen 0 0
--------- ---------
Totaal kosten gezondheidszorg en belastingen € 3220 € 5645
Zorgtoeslag 1212 0
--------- ---------
Saldo kosten na aftrek zorgtoeslag € 2008 € 5645

Uit bovenstaande berekening blijkt duidelijk dat de gepensioneerde Nederlander in Spanje aanmerkelijk meer kwijt is aan kosten voor zijn gezondheidszorg dan in Nederland. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door het ontbreken van de risicosolidariteit, de AWBZ-achtige voorzieningen en de zorgtoeslag in Spanje. Er is dus geen enkele aanleiding te korten op de zorgtoeslag, eerder het tegenover gestelde.

Onnodig te zeggen dat deze situatie over het algemeen richting gevend is voor een groot aantal Europese landen.

Desondanks kunnen wij ons wel verenigen met een zorgtoeslag zoals die in Nederland geldt, gecorrigeerd voor de woonlandfactor, dwz op de totale berekende zorgtoeslag en niet op een onderdeel van de berekening. Voor de alleenstaande in Spanje in de bovenstaande berekening zou dit een zorgtoeslag van 0,3557 x € 432 = € 154 betekenen en voor het echtpaar 0,3557 x € 1212 = € 43

In het Advies van de Raad van State Nr.5 betreffende wetsvoorstel 30918 zegt deze:
"Daarbij ontbreekt een analyse van mogelijk andere groepen, die met de inwerkingtreding van de Zvw en de intrekking van de Wtz 1998 noodzakelijkerwijs een particuliere ziektekostenverzekering moesten afsluiten met, ten opzichte van hun inkomen, hoge premies, en waarvoor geen vergelijkbare overgangsregeling is getroffen."

In ons bericht van 14 januari aan uw commissie hebben wij in punt 7. eveneens gesteld dat er voor de betrokkenen geen overgangsmaatregelen zijn getroffen. Gezien bovenstaande berekeningen en het advies van de Raad van State zijn wij van mening dat ook hier overgangsmaatregelen op zijn plaats zijn.

Wij hebben u nu een drietal berichten toegezonden waaruit blijkt wat de negatieve gevolgen zijn voor de gepensioneerde Nederlander in Europa. De minister van VWS en zijn ministerie houden zich niet aan de Europese verordeningen en de bijbehorende jurisprudentie, zoals wij in onze berichten aangaven. De opneming van Artikel 69 in de Zorgverzekeringswet is uitsluitend bedoeld om de gepensioneerde Nederlander in zijn portemonnaie te treffen ten behoeve van de Nederlandse schatkist. Zie ook het rapport van CVZ "Signalement premieheffing bij personen bedoeld in artikel 69 Zvw" dat op 28 juli 2005 werd uitgebracht aan de minister van VWS.

Wij verzoeken u dringend uw verantwoording te nemen en een eind te maken aan dit niet legitiem en verwerpelijk gedrag, een land als Nederland onwaardig.

Met vriendelijke groet
Albert Kiffen, namens de
Vereniging van Nederlandse Gepensioneerden in Spanje(VNGS) en de
Stichting Gepensioneerde Nederlanders in het Buitenland (SBNGB)
 

........................................................