Meer doeltreffende rechtsmiddelen wanneer CVZ niet tijdig beslist op verzoek of bezwaar

Het CVZ is zowel een advies- als uitvoeringsorganisatie voor de wettelijke ziektekosten-verzekeringen: de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). In de uitvoering van voornoemde wetten kan het CVZ u als verdragsgerechtigde aanmerken en de premievervangende Zvw bijdrage - voor zover die al niet is ingehouden via de Sociale Verzekerings Bank (SVB), het UWV of uw pensioeninstantie - verrekenen middels de voorlopige en definitieve jaarafrekening.

In het verkeer tussen de verdragsgerechtigde en het CVZ gelden er een aantal spelregels en die zijn vastgelegd in de Algemene Wet Bestuursrecht, de Zorgverzekeringswet en de Regeling Zorgverzekering. De voornoemde spelregels bepalen dat CVZ binnen een bepaalde wettelijke termijn dient te beslissen op uw aanvraag/verzoek of uw bezwaar.

De wettelijke beslistermijn voor het beschikken op een aanvraag of verzoek bedraagt 8 weken, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald. Indien niet binnen de geldende termijn kan worden beslist, deelt CVZ dit aan de aanvrager/verzoeker mede en noemt hierbij een zo kort mogelijke termijn wanneer de beschikking tegemoet kan worden gezien.

De wettelijke beslistermijn voor alle beschikkingen op bezwaar die in het kader van de Zorgverzekeringswet door CVZ worden genomen, bedraagt conform artikel 69 lid 5b van de Zorgverzekeringswet 13 weken te rekenen vanaf de dag dat de termijn voor het indienen van het bezwaar is verlopen of anders gesteld binnen 19 weken na datum van het besluit waartegen u bezwaar maakt. CVZ kan deze beslistermijn slechts éénmaal met 6 weken verlengen en dient u schriftelijk en vóór het verlopen van de beslistermijn hierover te informeren.

De beslistermijn voor beschikkingen op overige bezwaren bedraagt 6 weken en 12 weken als er een adviescommissie is ingesteld vanaf de datum waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. Het CVZ kan deze beslistermijn slechts éénmaal met 6 weken verlengen, mits tijdig en schriftelijke medegedeeld. Wordt er een adviescommissie ingesteld dan dient de bezwaarmaker hier schriftelijk over te worden geïnformeerd.

De praktijk heeft echter laten zien – en dit geldt overigens niet alleen ten aanzien van CVZ – dat bestuursorganen zich bij herhaling niets bleken aan te trekken van deze wettelijke termijnen.

Sedert 1 oktober 2009 is echter de Wet Dwangsom en Beroep bij niet tijdig beslissen en de Wet van 28 augustus 2009 tot aanvulling van de Algemene Wet Bestuursrecht met doeltreffendere rechtsmiddelen tegen het niet tijdig beslissen door bestuursorganen van kracht geworden en deze geven de verdragsgerechtigden een middel in handen om een niet tijdig beslissend CVZ een dwangsom op te leggen. Het moet dan wel gaan om aanvragen/ verzoeken en bezwaren die op of na 1 oktober 2009 zijn ingediend. De voornoemde nieuwe wetgeving schrijft echter wel voor dat de verdragsgerechtigde het CVZ eerst in gebreke dient te stellen en 2 weken dient te bieden voor het opheffen van het verzuim.

Een voorbeeld formulier voor ingebrekestelling vindt u op onderstaande webpagina:

http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/goed-openbaar-bestuur/documenten-en-publicaties/formulieren/2008/11/11/formulier-ingebrekestelling.html

Wordt het verzuim om tijdig te beslissen niet binnen de twee weken na ingebreke stellen opgeheven dan is het CVZ een dwangsom aan u verschuldigd voor elke dag dat zij in gebreke is, doch voor ten hoogste 42 dagen. De dwangsom bedraagt de eerste veertien dagen € 20,00 per dag, de daaropvolgende veertien dagen € 30,00 per dag en de overige dagen € 40,00 per dag. Dus de maximale dwangsom bedraagt € 1260,00 per aanvraag/verzoek of bezwaar.

Het voorgaande geldt ook voor alle andere bestuursorganen die niet tijdig beslissen op uw aanvraag/verzoek of bezwaar. U dient er hierbij wel alert op te zijn dat wettelijke beslistermijnen kunnen afwijken van hetgeen in de Algemene Wet Bestuursrecht is bepaald.

Theo Sanders