Keuzerecht/CVZ
Op 22 april 2011 vond de behandeling plaats van onze zaak bij de Centrale Raad van Beroep
14 oktober 2010: De rechter bij het
Europees hof van Justitie heeft ons in het ongelijk
gesteld. Nederland mag een bijdrage inhouden op het
pensioen, maar er mag geen discriminatie plaats
vinden ten opzichte van de inwoners van Nederland. (zie)
Het Europees Hof stelde de vraag
over evt. discriminatie op eigen initiatief, terwijl het
de behandeling van het probleem op een aantal omschreven punten door een
nationale rechter beoordeeld moet worden.Het Hof verwees ons dus terug naar de
Ned. Rechter: de Centrale Raad van Beroep.
Deze had in
haar uitspraak op 26 augustus 2009, waarin zij verwees
naar het Europees Hof met twee vragen, zich verbonden om
de zaak na het antwoord van het Hof verder af te
handelen. En dat gebeurde dus
op 22 april 2011.
Het punt betreffende de
discriminatie voegde een dimensie toe (waarmee Centr.
Raad en overheid niet hadden gerekend?).
Omdat discriminatie zonneklaar is,
deed de Stichting een beroep op de minister om tot een
minnelijke schikking tot schade-herstel te komen.
Immers, het probleem is veroorzaakt door de
toepassingswet van de Zorgwet. De minister liet zeer kort
negatief antwoorden. In een tweede afwijzende brief
verwees de minister ons naar de verzekeraars. Die zouden,
kort gezegd, hun verplichting om dekking te bieden boven
de basis-dekking van de Zorg niet zijn nagekomen (terwijl
er bewijzen zijn dat dit is geschiedt met een OK-knikje
van de overheid).
Inmiddels was ook de Nationale
Ombudsman zich met het probleem gaan bemoeien op
instigatie van onze advocaat.
Ook tijdens de zitting bleef CVZ
(dus het ministerie in de achtergrond) in dit standpunt
volharden. Ons standpunt was ongegrond en er
zou ook geen enkel bewijs voor zijn aangevoerd. Op
soortgelijke wijze werd ook de analyse van de ombudsman
op autoriteire toon afgevoerd.
In zijn pleidooi (bijgaand) legde
onze advocaat sterk de nadruk op de discriminatie.
Tijdens de zitting bleken de rechters zeer grondig door
te vragen en de discriminatie-materie werd daarbij niet
terzijde geschoven. De discussie leek zich toe te spitsen
op de vraag met betrekking tot die gepensioneerden die
een particuliere verzekering hadden vóór 1 januari
2006.
Niet ter tafel kwam het feit dat de
zorgwet sinds die datum de vrijheid van migratie
belemmert. Immers iemand ouder dan 65 jaar die wil
verhuizen vanuit Nederland naar een ander E.U. land zal
zijn pakket niet uit Nederland mee kunnen nemen en HEEL
duur OF NIET de vereiste aanvullende verzekering kunnen
afsluiten.
Het is een lang verhaal geworden!
Over zes weken of langer
uitspraak.
MEDEDELING SBNGB DD: 25.05.2011
Heropening van het onderzoek voor de gevallen Ramaer en Van Willigen.
De Centrale Raad van Beroep wil nader geïnformeerd worden over "de aard en mate van de inspanningen van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in 2005 en 2006 ten aanzien van de rechtspositie van verdragsgerechtigden in het algemeen en meer specifiek over hetgeen hieromtrent in contacten en onderhandelingen met Nederlandse verzekeringsmaatschappijen is besproken". De Centrale Raad wil tijdens een op 29 juni 2011 om 10 uur ingeplande zitting bij de invoering van de Zvw betrokken vertegenwoordigers van de Minister horen.
Het bestuur
=======================================================
Hier nog wat leesstof dienaangaande:
De laatste fase van de processen die Nederlandse gepensioneerden in het buitenland voeren tegen de gevolgen van de invoering van de Zorgverzekeringswet in 2006, speelt zich de komende weken af. De minister van Volksgezondheid is niet op het verzoek van de Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden ingegaan om in deze laatste fase een schikking te treffen. Desgevraagd legt de woordvoerder van minister Edit Schippers uit dat men bij het ministerie van VWS aan het verkeerde adres is.
De zienswijze van de minister over de zich voortslepende kwestie luidt als volgt: 'Op grond van de Europese sociale zekerheidsverordening hebben personen die een Nederlands wettelijk pensioen of uitkering ontvangen in hun woonland ten laste van Nederland een verdragsrecht op de medische zorg zoals die is geregeld in de sociale ziektekostenregeling van dat land (woonlandpakket). Betrokkenen zijn hiervoor een bijdrage aan Nederland verschuldigd, die door middel van de woonlandfactor wordt gerelateerd aan het verschil in zorgkosten per verzekerde tussen Nederland en het woonland. Nederland heeft het verdragsrecht per 1 mei 2010 verruimd door betrokkenen ook de mogelijkheid te bieden gebruik te maken van zorg in Nederland (AWBZ en Zvw-pakket).
'Het Europees Hof heeft in zijn uitspraak van 14 oktober 2010 in zaak C 345/09 (Van Delft e.a.) de opvatting van Nederland bevestigd, dat het hier gaat om een verplichte dekking en dat Nederland hiervoor een bijdrage mag heffen. Het Hof wijst betrokkenen erop dat de Verordening – in tegenstelling tot hetgeen beweerd wordt – juist is gemaakt met als doel het vrij verkeer in Europa te bevorderen en dat Nederland hieraan nog een verdere bijdrage heeft geleverd door de introductie van de woonlandfactor.
'De Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland heeft aangegeven dat veel particuliere verzekeraars in 2006 van de gelegenheid van de invoering van de Zorgverzekeringswet gebruik hebben gemaakt om polissen met in het buitenland wonende verzekerden op te zeggen of de premie aanmerkelijk te verhogen. Deze signalen hebben VWS ook bereikt. Hoewel dergelijke premieverhogingen volgens de Nederlandse rechter niet onredelijk waren, aangezien het draagvlak van de verzekeringen verkleind was, kan ik mij voorstellen dat betrokkenen onaangenaam verrast zijn geweest door de algehele opzegging van particuliere verzekeringen.
'Op grond van de Invoerings- en Aanpassingswet Zorgverzekeringswet zijn particuliere verzekeringen van personen die een verdragsrecht op grond van de Verordening kregen, van rechtswege beëindigd voor zover de dekking ervan door de Verordening (het woonlandpakket) werd overgenomen, teneinde te voorkomen dat betrokkenen een dubbele dekking zouden hebben. Voor het overige zijn deze verzekeringen door de Zorgverzekeringswet niet aangetast. Door de particuliere verzekeringen in hun geheel op te zeggen zijn enkele verzekeraars aanmerkelijk verder gegaan. Eventueel hieruit voortvloeiende schade moeten betrokkenen verhalen op de betreffende verzekeraars. Zij kiezen er echter voor de Nederlandse Staat hiervoor aansprakelijk te stellen, terwijl de Staat bij deze particuliere verzekeringsovereenkomsten geen partij is. Betrokkenen zijn met hun verzoek om een minnelijke (schadevergoedings)regeling dan ook aan het verkeerde adres.
'In de periode sinds de invoering van de Zorgverzekeringswet hebben medewerkers van VWS meerdere malen met vertegenwoordigers van de SBNGB van gedachten gewisseld. De klachten van betrokkenen zijn daarbij uitgebreid aan bod gekomen. Geconcludeerd kan worden dat op enkele punten een fundamenteel verschil van mening is blijven bestaan. Met betrekking tot het verplichte karakter van de dekking van de Europese sociale zekerheidsverordening en de bevoegdheid van Nederland om daarvoor een bijdrage te heffen, heeft het Europees Hof van Justitie op 14 oktober 2010 uitspraak gedaan waarbij de Nederlandse overheid in het gelijk is gesteld. Inmiddels zijn wij in de fase dat de laatste geschilpunten onder de nationale rechter zijn', aldus de uitleg van minister Edith Schippers (VVD) van VWS.
Onze advocaat:
De Minister had onlangs al van deze stellingname blijk gegeven. De kneep zit hem daarin dat de Minister het doet voorkomen alsof sprake is van een "onaangename verrassing" die door de zorgverzekeraars bereid zou zijn en waarvoor de Staat geen verantwoordelijkheid zou hebben. Dat is (natuurlijk) onjuist: de Staat heeft welbewust de bestaande wettelijke waarborgen weggenomen waardoor het slechte risico dat in het buitenland wonende gepensioneerden voor verzekeraars vormen, werd omgeslagen over de totale populatie van verzekerden. Daardoor vielen deze gepensioneerden in een groot gat. Ik neem aan dat de heer Brenninkmeijer dat in zijn brief aan de Kamer zal meenemen.
Daarnaast is het duidelijk dat de huidige regeling allerlei perverse effecten genereert, met als gevolg massale wetsontduiking en verdamping van de financiële voordelen die de overheid / verzekeraars hebben gedacht te kunnen behalen door het laten vervallen van de bescherming van in het buitenland wonende gepensioneerden.
Tot slot: de ratio achter de bescherming was dat de betrokken gepensioneerden het grootste deel van hun werkzame leven hadden meebetaald aan de solidariteit waarvan zij na hun pensionering (ongeacht actuele woonplaats) konder profiteren. Het is buitengewoon unfair om de betrokken populatie de voordelen te ontnemen waarvoor zij in het verleden net als wél beschermde ingezeten gepensioneerden hebben betaald.
Tot zover mijn opmerkingen in dit stadium.
Met vriendelijke groet,
Erik H. Pijnacker Hordijk
Advocaat |