Vragen van Kathleen Van Brempt in EU parlement over wettigheid MOKB en antwoord van commissaris Andor

 

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Ook door Mevrouw Frieda Brepoels zijn er vragen gesteld:

Parlementaire vragen

11 juli 2011

E-006539/2011

Vraag met verzoek om schriftelijk antwoord
aan de Commissie
Artikel 117 van het Reglement
Frieda Brepoels (Verts/ALE)

 

Betreft: Nederlandse koopkrachttegemoetkoming voor 65-plussers

 

 

De Nederlandse Eerste Kamer heeft onlangs een nieuwe koopkrachttegemoetkoming voor 65-plussers goedgekeurd. Deze nieuwe regeling zou bijzonder nadelige gevolgen hebben voor de niet in Nederland verblijvende gepensioneerden die genieten van het wettelijk Nederlandse ouderdomspensioen. Het betreft o.a. 57 000 personen die in België wonen, voornamelijk gepensioneerde grensarbeiders. Door deze maatregel verliezen zij op jaarbasis ongeveer 400 euro. Dit zou het gevolg zijn van het feit dat deze tegemoetkoming niet langer gekoppeld zou zijn aan de AOW, maar aan de belastingen.

In het antwoord op vraag P-11086/10 kondigde commissaris Andor aan dat de Commissie de geplande Nederlandse hervorming bestudeert en bekijkt of deze conform is met Verordening (EG) nr. 883/2004. De Commissie zou contact opnemen met de bevoegde Nederlandse autoriteiten en de noodzakelijke stappen ondernemen indien een inbreuk op het EU-recht wordt vastgesteld.

In die context graag volgende vragen aan de Commissie.

1. Heeft de Commissie intussen contact gehad met de Nederlandse autoriteiten? Zo ja, met welk concreet resultaat? Zo neen, waarom niet?

2. Is er volgens de Commissie sprake van een inbreuk op EU-recht?

3. Welke concrete remediërende maatregelen stelt de Commissie voor?

4. Welke aanvullende stappen zal de Commissie ondernemen in dit dossier?

 

NL E-6539/2011

Antwoord van de heer Andor namens de Commissie

(11.8.2011)

 

De Commissie verwijst het geachte Parlementslid naar haar antwoord op schriftelijke vraag P‑5676/2011. Tevens bevestigt de Commissie dat zij hierover contact heeft opgenomen met de Nederlandse autoriteiten. De zaak wordt nauwlettend onderzocht.

 

Antwoord van de heer Andor namens de Commissie P‑5676/2011

Volgens artikel 7 van Verordening (EG) nr. 883/2004(1) kunnen socialezekerheidsuitkeringen die binnen de materiële werkingssfeer van die verordening vallen „… niet worden verminderd, gewijzigd, geschorst, ingetrokken of verbeurd verklaard op grond van het feit dat de rechthebbende of de leden van zijn gezin in een andere lidstaat wonen dan die waar zich het orgaan bevindt dat deze uitkering verschuldigd is.” Deze bepaling impliceert dat noch een initieel recht noch een voortgezet recht op de in deze bepaling bedoelde uitkeringen, pensioenen of toelagen geweigerd mag worden alleen op grond van het feit dat de betrokkene niet woont in de lidstaat waar het voor de uitbetaling verantwoordelijke orgaan gevestigd is(2).

De Commissie bestudeert momenteel de geplande hervorming van de koopkrachtcompensatie voor ouderen in Nederland, en met name de vraag of deze tegemoetkoming in haar nieuwe vorm een „uitkering bij ouderdom” is in de zin van artikel 3, lid 1, onder d), van Verordening (EG) nr. 883/2004, en als zodanig geëxporteerd zou moeten worden overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EG) nr. 883/2004.

De Commissie zal contact opnemen met de Nederlandse autoriteiten teneinde meer informatie te verkrijgen over de geplande hervorming. Als uit het onderzoek blijkt dat er sprake kan zijn van inbreuk op EU-recht, zal de Commissie de noodzakelijke stappen nemen zoals bepaald in het Verdrag.

(1)

Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, PB L 166 van 30.4.2004 (rectificatie in PB L 200 van 7.6.2004), als gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 988/2009, PB L 284 van 30.10.2009.

 

(2)

Gevoegde zaken 379/85 tot en met 381/85 en 93/86, Caisse Régionale d'Assurance Maladie Rhône-Alpes en anderen vs Giletti en anderen, Jurispr. EHvJ [1987] 955, punt 17; zaak C-73/99 Movrin vs Landesversicherungsanstalt Westfalen, Jurispr. EHvJ [2000] I-5625, punt 33.

.