Bron: wereldexpat

Vanaf 1 augustus krijgen AOW'ers met een jongere partner tot 70 euro minder per maand op hun rekening. In 2015 gaat de partnertoeslag helemaal op de schop: wie dan nog geen 65 is, komt niet meer voor de regeling in aanmerking.

De partnertoeslag werd in de Algemene Ouderdomswet (1957) opgenomen als tegemoetkoming voor huishoudens waarvan één van de partners weinig of geen inkomsten heeft. Die zouden bij de uitvoering van de nieuwe wet namelijk in de verdrukking kunnen komen.

Tijdelijke achteruitgang
De AOW maakt onderscheid tussen alleenstaanden en partners met een gezamenlijke huishouding. Omdat die laatsten de vaste lasten kunnen delen, krijgen ze naar verhouding minder geld. Een gehuwd stel, bijvoorbeeld, krijgt momenteel samen zo'n 1430 euro per maand en een alleenstaande 1041 euro.

Bij huishoudens met een leeftijdsverschil, krijgt de partner die als eerste 65 wordt dus maar de helft van een volledige uitkering: 715 euro. Als de oudste partner tot dan toe financieel verantwoordelijk was,  betekent dat tijdelijk een forse achteruitgang. Het argument van gedeelde vaste lasten gaat dan niet op.

Gat dichten
Om het gat te dichten, wordt een toeslag uitgekeerd van maximaal 50 procent van het minimumloon: 715 euro. Daaraan zijn wel voorwaarden verbonden. De jongere partner moet uiteindelijk ook recht hebben op AOW en mag niet meer verdienen dan 1288 euro per maand uit loon of 715 euro uit een uitkering.

Bovendien wordt van eventueel loon tweederde ingehouden op de toeslag, boven een vrijgesteld bedrag van 215 euro per maand. Bij een uitkering wordt het volledige bedrag ingehouden. En net als de 'gewone' AOW wordt de de toeslag 2 procent gekort voor elk jaar dat de jongere partner buiten Nederland heeft gewoond.

Achterhaald scenario
Al in 1995 kwam het toenmalige kabinet met plannen om de partnertoeslag te ontmantelen. De Algemene Ouderdomswet was nog gebaseerd op het scenario van één kostwinner: meestal de man. Dat scenario was in de praktijk al lang achterhaald, vond het kabinet, en dus ook de noodzaak van extra inkomenssteun.

Een overgangstijd van 20 jaar werd voldoende geacht om huishoudens met een niet-werkende partner voor te bereiden op de verandering. Zo zou iedereen tijd hebben om desgewenst werk te zoeken. Maar in 2008 kwam het laatste kabinet Balkenende tot de conclusie dat het eigenlijk best al eerder kon: in 2011.

Aangepaste plannen
Na verzet van ouderenorganisaties en de vakbond FNV maakte de toenmalige staatssecretaris van Sociale Zaken Jetta Klijnsma vorig jaar bekend dat voor de ontmanteling toch zal worden vastgehouden aan de eerder afgesproken ingangsdatum van 1 januari 2015.

Maar ook de huidige minister van Sociale Zaken, Henk Kamp, moet bezuinigen. En ook hij is van mening dat de partnertoeslag daarvoor best kan worden aangepast. Eind vorig jaar stelde hij daarom een korting van 8 procent voor, met een uitzondering voor stellen die tot 110 procent van het minimumloon verdienen.

Eerste Kamer

De voorgenomen ingangsdatum van 1 januari 2011 werd niet gehaald. Net als bij het voornemen van de minister om de AOW-tegemoetkoming voor Nederlanders in het buitenland af te schaffen, bleken de plannen op ernstige bezwaren te stuiten van de Eerste Kamer.

Om aan de kritiek van de Eerste Kamer tegemoet te komen, zijn alle stellen met een gezamenlijk inkomen onder de 30.000 euro per jaar nu uitgezonderd van de korting. Wel is de korting in de huidige plannen verhoogd: van 8 naar 10 procent.

Buiten Nederland
Op de maximale toeslag van 715 euro scheelt dat dus zo'n 70 euro. Maar in de meeste gevallen zal het waarschijnlijk eerder gaan om een paar tientjes minder. Toch is dit voor Nederlandse pensionado's in het buitenland met een jongere partner opnieuw een maatregel met gevolgen.

Ze worden al gekort op hun AOW voor elk jaar tussen hun 15e en hun 65e dat ze buiten Nederland hebben gewoond en sinds 1 juni krijgen ze in de meeste gevallen 33 euro minder op hun rekening vanwege het afschaffen van de AOW-toeslag. 10 procent minder partnertoeslag komt dan wel degelijk hard aan.